18 January 2010
‘Aandacht’ is een essentieel onderdeel van het succes van uw presentatie. Zonder úw aandacht voor de luisteraars heeft u weinig kans om hún aandacht te trekken én, nog belangrijker, te houden.
De onervaren spreker maakt zich zorgen over het trekken van de aandacht bij aanvang van zijn presentatie. De ervaren spreker weet beter. Ook u, aan het einde van dit korte artikel, kunt verwachten meer inzicht te krijgen in de dynamiek van het begin van een presentatie.
Aandacht aan het begin
Jan, een zwaarlijvige, rommelig geklede manager met een kabouter-baard en rode wangen, komt voor presentatie-consult.
‘En, Jan, hoe denk je je presentatie te beginnen?’
‘Uh … met een mopje.’
‘Hoezo, een mopje?’
‘Nou ja, ik heb gehoord dat dat een goede manier is om de aandacht te trekken.’
‘Jan, maak je geen zorgen. Zoals jij eruit ziet, wanneer jij voor de groep staat, heb j¡j onmiddellijk alle aandacht!’
In grote lijnen geldt dit voor iedere spreker. Dat vooral Amerikanen beginnen door een mop te tappen is hun zaak. Uw zaak is om op een relevante manier zo snel mogelijk tot de kern te komen, om zo snel mogelijk op een originele manier de luisteraar duidelijk te maken dat hij op de juiste plek is en dat het de moeite waard is om te blijven luisteren.
Tenzij u een conferencier bent, laat de moppen en begin op een andere manier. Wél is het op z’n plaats om dit duidelijk te maken: als u relevante humor kúnt gebruiken, bewaar het tot later in uw presentatie voor wanneer de aandacht toch enigszins zou verslappen.
Originaliteit en creativiteit
Stelling: ‘Iedereen wordt als origineel geboren, maar de meeste mensen sterven als kopie.’ Als u enig gevoel heeft voor uw originaliteit en oorspronkelijkheid, als u en uw bedrijf wilt onderscheiden, dan is er géén ruimte voor clichés. Zeker niet voor clichés zoals: ‘Dank u, meneer de voorzitter, voor uw fantastische introductie. Goedemorgen, dames en heren, wat ben ik blij om hier te zijn vandaag. Ik ben … (gevolgd door uw naam en een groot deel van uw curriculum vitae) … en ik ga u vertellen …’
Fout!
Enkele aandachtspunten voor het begin
Uw eerste woorden zijn bedoeld voor uw luisteraars. Nooit, dus, de dagvoorzitter of inleider bedanken met woorden. Een glimlach en een gebaar zijn voldoende.
Begin nonverbaal door rustig stil te staan. Ontspan u. Kijk rond, geniet van de stilte, ontspan uw kaken en glimlach. Zo ‘zegt’ u ‘goedemorgen’. Adem bewust zo’n drie keer uit door de mond. Wacht totdat u de volledige aandacht heeft.
Maak gebruik van een van deze voorbeeld-beginnen, of een combinatie ervan:
1. Vraag
Steek uw linkerhand omhoog, adem uit, adem in, en stel een vraag. Formuleer de vraag geheel positief (dus ‘Wie van u zou het leuk vinden om …?’ in plaats van het Calvinistische ‘Wie van u zou het niet leuk vinden om …?’) en dusdanig dat u een ‘ja’-antwoord kunt verwachten.
‘Wie van jullie hier vanochtend heeft baat bij haalbare verkooptargets, die tegelijkertijd een prettige uitdaging zijn?’
2. Citaat
Leer het uit uw hoofd, of durf een papiertje te pakken en lees het langzaam en overdreven op. Het is dan úw taak om het citaat of de stelling relevant te maken voor de bijeenkomst.
‘”Het feit dat iedereen een zaktelefoon heeft, zegt niets over zijn bereikbaarheid.” Deze stelling van J.J. Wentzel van de Erasmus Universiteit legt de vinger op de zere plek binnen deze organisatie. Daarom deze bijeenkomst om te kijken welke stappen we met z’n allen kunnen ondernemen om beter bereikbaar te zijn voor zowel onze klanten als elkaar.’
3. Cijfers
Statistiek en geldbedragen trekken altijd de aandacht:
‘Gemiddeld per dag komen er bij klantenservice 23 klachten binnen. 23 klachten die de medewerkers ruim 14 uur werk verzorgen, en kosten het bedrijf – uitgerekend over de laatste 6 maanden – €15.000 per maand. €15.000 die veel beter besteed kan worden om klachten te voorkomen. Laten we dan vanmiddag samen onderzoeken welke stappen we kunnen nemen …’
4. Metafoor
Gebruik een herkenbare situatie als opstapje tot waar het werkelijk over gaat. Met een rustig gebaar van de linkerhand zeg het woord ‘Stel …’. Voorbeeld:
‘Stel … het is bijna 6 uur ‘s avonds en je hebt kopieën nodig voor je bespreking dezelfde avond. Je hebt haast, de secretaresses zijn al lang weg, je loopt naar het kopieerapparaat … en je ziet dat het ‘papier leeg’-lampje brandt. Oké, je doet de kastdeuren open … en wat blijkt: de voorraad is op. Naar het magazijn lopen heeft nu geen zin … Herkennen jullie zo’n situatie? (Linkerhand omhoog, knikken met het hoofd.) Dit is maar een voorbeeld … en het zal jullie duidelijk zijn dat klantgerichtheid – zowel binnen het bedrijf naar onze interne klanten, als naar buiten toe, naar degenen die uiteindelijk jullie salarissen betalen – een belangrijk onderwerp is. Vandaag staan we stil bij acties om onze klantgerichtheid op een hoger peil te brengen.’
Rust en contact
Let hierbij op de rust die u neemt om oogcontact met uw luisteraars te houden, de stilte in uw lichaam (blijf op één plek staan voor het begin) en de relevantie van wat u vertelt.
Deze vier mogelijkheden bieden u veel ruimte voor uw creativiteit, maar hoe origineel u bent, is aan ú!
gepost in Presentatiemythen
1 October 2009
Er zijn van die types die alles wat nieuw, innovatief en vooruitstrevend is, moeten hebben. Ze zijn de eerste die de nieuwe CD-technologie omarmen, die de snelle elektronische agenda’s aanschaffen, die de eerste LCD-schermen kochten (weet u het nog, zo’n plat apparaat dat op de overheadprojector ging?) en uiteraard tegenwoordig de modernste beamers … al kost het op dat moment een fortuin. Zo ging het ook met de laser-pen, ‘de elektronische aanwijsstok’, die inmiddels ingebouwd is in de meeste afstandsbedieningen – al is het gebruik ervan wettelijk verboden vanwege het potentiële gevaar. Wat is nou de zin en onzin van zo’n apparaat en zijn functionaliteit tijdens een presentatie?
Traditie
Kunt u een beeld oproepen van de onderwijzer of docent van vroeger die met een lange houten stok steeds aanwees en tikte op een volgeklad schoolbord? Dat is een traditie die sommige sprekers voortzetten in hun eigen voordrachten (want ‘presentatie’ is het niet!). Eerst was er hout, toen verscheen de telescopische metalen aanwijsstok (zelfs met een rubberen dop én een ingebouwde balpen!), de zaklantaren met een uitgesneden rode pijl, en later de laser-pen. De telescopische aanwijsstok kreeg een slechte naam omdat de spreker ermee ging spelen als een van streek geraakte dirigent. Het ‘tok-tok’ op overheadprojector en scherm werd spreekwoordelijk. De laser-pen leek al deze problemen op te lossen: weg ‘tok-tok’ en geklap op het scherm, weg in- en uitklappen van de telescoop: het ei van Columbus!
De feiten
Al weet de spreker niets van de focus-mogelijkheden, de laser-pen geeft een rood lichtpunt op het scherm. Hoe beter de focus, des te scherper de punt, des te helderder het rood. Wanneer de zaallichten uit zijn of gedimd, en de spreker zijn hand op de rand van de lessenaar kan steunen, is er een prima kans dat een stevig rood puntje op het scherm zichtbaar is. Maar wel een ‘puntje’, dat voor velen vrij moeilijk zichtbaar is. Aha, dáárom zwaait de spreker ermee, mooie cirkels trekkend om de plek waar de luisteraars aandacht hoort te zijn!
Stel dat de spreker enigszins zenuwachtig is, of net als de andere deelnemers genoten heeft van een slokje wijn bij de lunch of geen aandacht besteedt aan het steunen van zijn hand of arm … wat is er dan te zien op het scherm? Een trillende rode vlek die eerder de aandacht afleidt dan focust.
Overheadprojector
Misschien vindt u het raar om hier nog steeds iets over de overheadprojector te lezen. Toch zal het u misschien verbazen dat er velen zijn die, vooral in sommigen landen, blij zijn als er zoeits klaar staat! Daarom nu even wat opmerkingen die, eventueel vertaald in de wereld van presenteren met de beamer, ook voor u nuttig kunnen zijn.
Stel dat u overheadsheets projecteert en dat u ze zelf neerlegt. Wilt u iets aanwijzen ‘op het scherm’, dan loopt u naar uw projector, waar u een ‘pointer’ op de juiste plek op de overheadsheet legt. Een boeiende techniek is whiteboard-stiften te gebruiken – kies een geschikte, opvallende kleur! – om al pratend een streep of cirkel op de sheet te zetten. Uiteraard loopt u daarna meteen weer uit de weg om ervoor te zorgen dat het scherm steeds zichtbaar blijft voor alle luisteraars. Wanneer u als meer ervaren en professioneel ogende spreker gebruik maakt van de zogenaamde ‘flip-frames’ of kartonnen kaders met een extra sheet er bovenop, dan kunt u na uw presentatie de whiteboardstift-inkt makkelijk verwijderen zonder uw originele sheet te hebben beschadigd.
PowerPoint
Wanneer u elektronisch presenteert, mag u nooit dezelfde fout maken als een deelnemer aan één van mijn open-workshops. Frank werkt bij een groot, bekend high-tech bedrijf en vindt dat hij dan met de computer en beamer hóórt te presenteren. Na 17 minuten bezig te zijn alles draaiend te krijgen, trekt hij een telescopische aanwijsstok uit zijn binnenzak en gaat naast het scherm in het licht van de beamer delen van zijn overvolle plaatjes aanwijzen.
Wanneer u met presentatiesoftware werkt, maak dan gebruik van de nuttige toeters en bellen van het programma. Wees ervan bewust dat de softwareingenieurs kennelijk nooit hoeven te presenteren, gezien het aantal onzinnige mogelijkheden die de onervaren spreker verleiden om van zijn presentatie een multi-media ‘happening’ te maken!
Als we het hebben over ‘nuttige’ zaken, dan gaat het om een pijl of cirkel in een contrasterende kleur die u op het juiste moment laat verschijnen. Of u laat de kleur van een bepaald onderdeel veranderen, of maakt dat dat deel ‘uitzoomt’.
Onzinnig is om alles in één keer te projecteren – een soort elektronische overheadsheet – met alles al onderstreept, omcirkeld of op andere wijze benadrukt. Zo schiet u niet op, zo heeft u alsnog uw laser-pen nodig. Het effect daarvan is steeds moeilijker te zien wanneer u meer kleuren gebruikt in uw plaatjes. Het is bijna zeker dat wanneer u met een ‘retroprojector’ werkt (de projector staat achter een speciaal, doorschijnend scherm), het rode van uw laser-pen onzichtbaar is.
Kortom, gebruik de mogelijkheden van uw software, met mate, en met een gepaste timing.
Nog beter
In plaats van de laser-pen of stok, gebruikt u woorden.
U bent degene die presenteert, ú bent degene van wie uw luisteraars het verhaal en de oplossing ‘kopen’. Uw scherm ‘verkoopt’ niets. Wat u projecteert behoort een ondersteuning te zijn van de overdracht van uw boodschap. Het mag uw verhaal niet vertellen, uw luisteraars mogen uw verhaal niet vanaf het scherm kunnen volgen – anders bent ú overbodig!
Vertel de luisteraars wat ze zo meteen te zien krijgen, en richt hun aandacht met uw woorden op de juiste onderdelen van het plaatje. Uiteraard mag u wel hierbij voorzichtig gebruik maken van de mogelijkheden van uw software, of de technieken voor het ‘activeren’ van uw overheadsheet.
Voorbeeld:
‘Nu u een beter idee heeft van de mogelijke ontwikkelingen op ABC-gebied [u somt op wat op dat moment op het scherm staat, en wat u zojuist uitvoeriger heeft besproken], gaan we de technische eisen van XYZ-producten onder de loep nemen. [Bereid u voor om over te schakelen naar het volgende plaatje.] U ziet dadelijk een vrij complex tabel. [Waarschuw de luisteraar!] Kijk in eerste instantie naar de rechter kolom. [Met de gebiedende wijs komt u zelfverzekerd over en u stuurt de aandacht.] Neem even de tijd om stil te staan bij de implicaties van deze cijfers. Besef wat voor uitdagingen dat heeft voor úw afdeling! [Weer de gebiedende wijs. Vertel wat u wilt! En nu kunt u het nieuwe plaatje tonen.]
Na dit te hebben gezegd, met het plaatje op het scherm, gaat u opzij uit het zichtveld en wacht totdat uw luisteraars een kans hebben gehad om uw ‘opdracht’ uit te voeren.
Ontspan, let op uw ademhaling, en trek dan weer de aandacht naar u toe door uw presentatie voort te zetten. Gebruik steeds uw woorden om bepaalde delen van het scherm aan te duiden: ‘Onderaan rechts ziet u de input van de afdeling P&O …’, ‘Wanneer u de derde regel nog een keer voor uzelf leest …’, ‘De stijgende rode lijn tussen het eerste en tweede kwartaal …’
Vermijd vooral het onnozele gewapper dat inmiddels de norm lijkt te zijn geworden!
Tot slot …
Onthoud dat ú presenteert, niet uw hulpmiddelen. Ze zijn er om u te ondersteunen, en alleen wanneer het nadrukkelijk om zoiets als een lasershow gaat, mogen de hulpmiddelen het middelpunt zijn. Want – u weet het nu! – de luisteraar doet geen zaken met het scherm, maar met ú!
gepost in Presentatiemythen
28 April 2009
Een recent verkoopcongres bevestigt wat een actuele trend lijkt te zijn: iedereen zijn eigen expert.
Op het programma stonden een aantal sprekers ‘uit het vak’ (waaronder enkele verkooptrainers en -experts), een bekende presentator, en veel ruimte voor netwerken.
Dit artikel staat in het teken van een pleidooi voor: LÉÉR PRESENTEREN!
In de praktijk, zoals bij dit congres, betekent dit gebod: laat je presentatie (jezelf, de inhoud, de stijl, de hulpmiddelen) van tevoren nakijken door een expert. Loop er doorheen met iemand die van wanten weet.
Iedereen op het podium had iets van waarde bij zich. Dat noem ik ‘hier’. Maar de echte waarde ontstaat wanneer dat wat ‘hier’ is ‘dáár’ (bij de luisteraar = ‘aankoper’) optimaal aankomt. Op dit congres maakten alle sprekers dezelfde fouten – vanuit hun onkunde – terwijl de presentator ook wat basale tips kon gebruiken om zijn presentatie te verbeteren.
Deze fouten hebben dit effect: je gaat dineren in een duur restaurant waar je het gevoel hebt dat je voor de aankleding betaalt, er is een mooi menu zonder keuzes, je moet blij zijn met wat je krijgt en je hebt geen verhaal wanneer je ontevreden bent over een gerecht. Deze vergelijking gaat verder: een congres is meestal eenmalig in locatie en samenstelling – je gaat er dus maar één keer naar toe. Naar een ‘slecht’ restaurant ga je ook maar één keer – tenzij, net als bij herhaling van een congres een jaar of zo later (andere samenstelling, hetzelfde thema), het restaurant een nieuwe kok of leiding krijgt!
- Leer beginnen 1
De 4e spreker begon met ‘Goedemiddag, dames en heren’, terwijl de 5e spreker zelfs ‘Welkom, allemaal’ presteerde!
Begin inhoudelijk bij de wereld van de luisteraar, bouw een brug, creëer z’n ontvankelijkheid voor het verhaal.
Iedere ‘ik’ is ‘hier’; woorden zoals ‘u’ en ‘jullie’ zijn ‘dáár’.
Alles wat op een cliché lijkt: schrappen.
- Leer beginnen 2
Begin in stilte. Neem je plaats in. Maak non-verbaal contact met de luisteraars. Vul de fysieke ruimte (de zaal, het podium) met je zijn.
Alle sprekers lijken zoveel haast te hebben dat ze al lopend beginnen te praten.
- Leer beginnen 3
Leer omgaan met de verhoogde adrenaline die raast door het lichaam. Adem uit door de mond, sta stevig met beide voeten op de vloer, neem de tijd om rond te kijken, om visueel contact te maken met de luisteraars.
- Presenteer interactief
Leer de kunst van interactief praten; maak van een monoloog een dialoog.
Iedere spreker gebruikt de klakkeloze uitdrukking: ‘Ik weet niet of …’ Naast het feit dat het een negatieve uitdrukking is en ‘positieven’ communiceren duidelijker, sta stil bij wat het impliceert over je deskundigheid. Zoiets is de perfecte gelegenheid om interactief te zijn met de vraag: ‘Wie van jullie hier vanmiddag …?’
- De kracht van stilte
Iedere spreker wint aan kracht door zijn ontspannen stiltes.
De stortvloed aan woorden van de meeste sprekers, en vooral de bekende presentator, betekent dat de luisteraar onvermijdelijk een groot deel verliest van wat hem aangeboden wordt.
Vergelijk met de tekst van dit artikel: geen alinea’s, geen aparte regels, geen vet of cursief, amper interpunctie … Leesbaar? Alles behalve …!
- Leer bewegen
Wat eigenlijk betekent: sta stil tussen het verplaatsen van het lichaam.
Gebruik wel de beschikbare ruimte, maar houd op met de afleiding van dat storende gedrentel en alle gespannen danspasjes en geschuifel van de schoenen!
Vergelijk met het lezen van dit stuk terwijl het scherm continu van plaats verandert …
- Leer omgaan met de juiste hulpmiddelen
De meest bekende kwalen zijn:
– wat op het scherm verschijnt heeft op dat moment weinig of niets te maken met wat de spreker op dat moment vertelt
– de spreker blijft praten terwijl er iets nieuws (en dus afleidends) verschijnt
– wat er geprojecteerd wordt, wordt ook letterlijk opgelezen
– verkeerd ontwerp: één spreker gebruikt zelfs blauwe letters op een blauwe achtergrond, die met het getik van een schrijfmachine letter voor letter op het scherm verschijnen … terwijl hij ons wil overtuigen van zijn kwaliteiten … als ontwerper!
- Leer afronden
Juist en krachtig beginnen en afronden onderscheiden de mompelaars van de échte sprekers en betere presentatoren.
Niemand op dit congres, behalve de dagvoorzitter (die immers een andere rol vervult) had er enige kaas van gegeten.
Een banaal oplepelen van ‘ik hoop dat …’, ‘ik heb geprobeerd …’, ‘… en daarmee wil ik afronden’ en andere waardeloze clichés – ja, zelfs: ‘dank u voor uw aandacht’ – kwam over de bühne.
Gezeur? Nee.
Juist een duidelijke wens om als klant een hogere kwaliteit te ontvangen in plaats van datgene wat ik nu aangeboden krijg.
De verpakking is immers de drager van de inhoud en de inhoud is een primaire reden voor mijn aanwezigheid.
Deze sprekers, los van hun vak in de verkoopbranche, zijn op dát moment ‘verkopers’ van zichzelf en een inhoud waar ik vermoedelijk beter van kan worden.
IK VERLANG NAAR KWALITEIT IN HET ‘PRODUCT’ DAT OP CONGRESSEN EN SEMINARS AANGEBODEN WORDT.
Van iets genoten? Ja.
Van de lange lijst presentatiefouten die ik bijhoud, en die me helpen om zoveel mogelijk bij de les te blijven; anders zou ik me vervelen.
Verder heb ik genoten van de ontmoetingen met oude vrienden en relaties en van de nieuwe contacten die ik heb gemaakt – allemaal ‘in de wandelgangen’ – wat juist een van de belangrijkste redenen is om sowieso naar congressen te gaan.
Voor mij was het een geslaagd congres: de gesprekken die ik buiten de zaal heb gevoerd en de bevestiging van de noodzaak van een ‘juiste’ presentatietraining in de zaal.
Allemaal koren op mijn molen!
gepost in Nieuws
6 August 2008

Nog een mythe over presenteren, makkelijk te doorgronden tijdens een presentatietraining … Lees verder!
Stel, uw baas vraagt u om deel te nemen aan zijn vergadering. Op zijn aanwijzing maakt u twee uur vrij in uw agenda … en plant uw andere afspraken erom heen. U komt op tijd naar de vergadering, maar de baas heeft vertraging en de bijeenkomst begint laat. Na twee uur is maar de helft van de agenda-punten afgewerkt en u begint zich ongemakkelijk te voelen over uw volgende afspraken. Wat doet u?
Stel, uw baas vraagt uw aanwezigheid om een vervolgvergadering. Nu bent u voorzichtig en ondanks uw eigen drukke bezigheden houdt u de rest van de dag vrij. Efficiënt of alleen maar verstandig?
Stel, u gaat naar een vergadering waar de voorzitter twee uur voor heeft gepland. Na iets meer dan 1½ uur is de vergadering afgelopen. Alle zaken zijn gedaan, en waarschijnlijk houdt u een prettig gevoel over aan de daadkracht en efficiëntie van de voorzitter. Bij een vervolgvergadering wordt uw positief beeld bevestigd.
Naar welke van de vergaderingen gaat u met plezier toe?
Nu de stap naar de presentatie.
Een heldere boodschap
Bij iedere vorm van presentatie – of het een brief, en fax, telefoongesprek, onderhandeling of formele presentatie is – draagt u twee essenties over: een gevoelsbeeld en een boodschap. U zou kunnen zeggen dat het eerste de ‘verpakking’ is, en het tweede de ‘inhoud’. Deze twee essenties zijn de antwoorden op twee herkenbare vragen, die u hoogstwaarschijnlijk ook wel eens stelt aan collega’s en vrienden, al ging het over een film of de vakantie, laat staan het werk:
- ‘Waar ging het over?’ of ‘Wat heb je er aan gehad?’
In het kader van deze mythe besteden we hier aandacht aan het antwoord op de tweede vraag, dus aan de ‘boodschap’. Beschouw de boodschap als de enige conclusie die de luisteraar mág trekken na het bijwonen van uw presentatie (of: lezen van uw verslag of brief).
Wanneer u zelf duidelijkheid heeft over welke boodschap u wilt dat de luisteraar meeneemt, dan heeft u een krachtige toetssteen voor alles wat u kiest te vertellen. Stelling: als u uw boodschap niet in 10 minuten kunt overdragen, waarom denkt u dan dat u dat in 30 minuten wel kunt doen? (Vul zelf andere, toepasselijke tijden in.)
‘Always leave …’
Om uw verhaal spannend te houden, en om er
voor te zorgen dat uw luisteraars u nodig hebben, is het in uw voordeel om nooit zo uitvoerig te zijn als u denkt. ‘Always leave the customer wanting more’ is een waardevol advies ook wanneer het om uw presentatie aan collega’s, klanten of deelnemers aan een seminar gaat.
Professioneel
Hoewel u misschien geen professionele presentator bent, hoort presenteren net als telefoneren en vergaderen bij uw vak. Daarbij hoort een bepaald niveau van professioneel en zakelijk gedrag. Respecteer de tijd van uw luisteraars – ook hun tijd is geld waard! De Duitse mysticus, Thomas à Kempis, zei: Niemand spreekt zonder gevaar, als hij niet op tijd weet te zwijgen.
Uitzondering
Ooit werd ik gevraagd om de slotpresentatie te houden bij een jaarcongres van een bekende landelijke vakvereniging. Een vrolijke Vlaamse TV-weerman zou de dag aan elkaar breien. Tijdens de voorbesprekingen voorzag ik gevaren wat betreft de timing van een vol programma met zo’n ‘ceremoniemeester’ die ook met zijn ego een dagje uit wilde. Ik zou om 11.20 beginnen en om 11.45 stoppen voor een vroege lunch. Pas om 11.40 werd ik eindelijk aangekondigd. Om precies 11.45 stopte ik met mijn verhaal, gaf ik het ‘time-out’ signaal met mijn handen, en zei: ‘Formeel zou ik nu stoppen, maar aangezien ik 20 minuten later mocht beginnen, neem ik nog 5 minuten van uw kostbare tijd.’ Ik hervatte mijn verhaal, ging door tot 11.50 precies, kwam tot afronding en kreeg een warm applaus.
Ik hoorde achteraf dat mijn verhaal krachtig overkwam en dat de boodschap helder was. Door het centraal houden van een eenduidige boodschap kon ik flexibel zijn in mijn verhaal. U begrijpt dat het problematisch zou zijn geweest om mijn volledige 25 minuten op te eisen!
Tot slot …
Menig verhaal kenmerkt zich door vier TE’s, namelijk:
- TE lang (lange woorden, lange zinnen, lang van stof)
- TE veel (een overdaad aan informatie en feiten; ook te veel woorden, te veel sheets/PowerPoint-plaatjes, te weinig illustraties, te weinig voorbeelden)
- TE saai (ook een functie van te lang en te veel, maar dit zit ook in een monotoon stemgebruik en gebrekkige dynamiek)
- TE snel (te weinig tijd per onderwerp, zo veel sheets dat een ‘sheet-show’ of ‘dia-diarree’ ontstaat, te snel praten om alles toch te vertellen).
Misschien is het in deze context verstandig om aan de wijze woorden van de Franse schrijver Montesquieu te denken: Wat redenaars aan diepte ontbreekt, geven ze u aan lengte.
Hoe kort en ‘to the point’ ú presenteert, is dus aan ú!
gepost in Presentatiemythen
|
|