13 July 2010
Wanneer je een telefoonnummer opgeeft en de ander het opschrijft, kan je beter de nummers één voor één zeggen: 3 – 8 – 7 – 5 … Behalve dat is voor specifieke uitzonderingen zoals het kengetal voor Amsterdam, Den Haag of Utrecht: dan zeg gerust: nul – twintig. Wanneer de ander niet opschrijft maar probeert het nummer te onthouden, werkt ‘achtendertig, vijfenzeventig …’ beter.
Wanneer je in Nederland je mobele nummer geeft, laat gerust ’0 – 6′ weg.
Alle mobiele nummers in Nederland zijn immers 06-nummers.
Alleen voor ‘buitenlanders’ klopt het om het volledige nummer op te geven, en dan waarschijnlijk ook met 3 – 1 erbij.
gepost in Presentatietips
15 June 2010
Bel af en toe naar je bedrijf, vermom je stem, en zeg dat je op zoek bent naar [je eigennaam].
Let nauwkeurig op hoe je behandeld wordt, hoe lang het duurt, en wat er gebeurt als de medewerk(st)er je niet kan verbinden.
Het kan je klanten kosten – of winnen!
Geef waar nodig puntige feedback aan de verantwoordelijke personen binnen het bedrijf.
gepost in Presentatietips
20 April 2010
Stel, je ziet een affiche van je bedrijf op een ‘mupi’ of andere reclameplek – en het is beschadigd.
Noteer de locatie en geef de details zo spoedig mogelijk door.
Stel dat het een reclame is van een van je klanten. Noteer de locatiegegevens en bel onmiddellijk je relatie – hij zal het waarderen!
gepost in Presentatietips
4 January 2010
U komt aan voor uw training, seminar of congres. Bij aanvang krijgt u een dikke map vol met kopieën van alle sheets, PowerPoint-slides, het programma van de dag, en de curricula vitae van de sprekers. Vooral bij congressen staan er de volledige teksten bij, zelfs voorafgegaan met de woorden: ‘Mijne dames en heren …’ U weet dus bij voorbaat dat u enkele lezingen krijgt in plaats van luisteraargerichte presentaties! Wat is zin en onzin in deze gewoonte van de handout?
Wat neemt u mee?
Ja, u neemt een mapje mee, maar wat neemt u werkelijk mee van iedere presentatie? U neemt het gevoelsbeeld mee dat u vormt van de spreker. Dat beeld is het antwoord op de vraag die u zou kunnen krijgen: ‘Hoe was het?’ of ‘Hoe was-ie?’ Want of het om de spreker of zijn presentatie gaat, maakt hier niets uit; in uw gedachten zijn de twee met elkaar geïdentificeerd.
U neemt ook een essentie van de inhoud mee, de boodschap. Deze vormt het antwoord op de vraag: ‘Waar ging het over?’ of ‘Wat heeft u eraan gehad?’
En de map of ‘congresbundel’?
Ja, u neemt de map mee … en wat doet u ermee? Wat gebeurt er mee?
Wed eens dat in het overgrote meerendeel van de gevallen de map terechtkomt op een plank; iedere keer als u er naar kijkt, zegt u tegen uzelf: ‘Daar zou ik ‘ns in moeten kijken!’ En u komt er nooit aan toe. Het is een soort trofee, om te bewijzen dat u ooit op dat congres bent geweest!
Een steekproef uit mijn trainingen in de loop der jaren geeft de indruk dat maximaal 5% van deelnemers ooit nog een keer in de map kijkt na afloop van een bijeenkomst, of het om een training, congres of zakelijke presentatie gaat. Zo kunt u uw vraagtekens zetten bij de functie van zo’n handout.
Waarom een handout?
In de NLP (Neuro-Linguistic Programming) bestaat de uitdrukking ‘anker’. Daar heeft het een iets andere betekenis dan op het water, en toch heeft het ook te maken met ‘vastleggen’. Een ‘anker’ kan een houding of gebaar zijn, een woord, of in dit geval een map, waarmee u onbewust (en vaak bewust) een bepaalde herinnering en/of een bepaald gevoel of ‘innerlijke staat’ associeert. U ziet de map in de boekenkast en dat prikkelt uw herinneringen aan het congres. U denkt dan aan hoe saai het was, en u krijgt een beeld van de ene spreker die z’n tekst zo hakkelend oplas. Stel, u bladdert door de map; u ziet een bepaald plaatje dat uw herinneringen prikkelt over het mopje dat de spreker op dat moment vertelde.
Kortom, de handout hééft terdege een functie, om u te herinneren aan wat u meemaakte toen u het kreeg. En al kijkt u er nooit meer in, toch wordt u herinnerd aan belangrijke (?!) zaken die er mee te maken hebben.
Presentatie … of leesstof?
Stelling: als de luisteraar uw presentatie kan volgen van de tekst en plaatjes in de handout, dan heeft u de verkeerde bijdrage gemaakt voor de handout.
Ter vergelijking: als de luisteraar uw verhaal kan volgen vanaf het scherm (u projecteert alles, en leest het hardop), dan bent u zelf overbodig.
Consultants
Het lijkt een gewoonte bij organisatieadviesbureaus en consultants om hun rapport in de vorm van volgepropte PowerPoint-slides te maken. Deze zijn op A4-formaat, overdwars afgedrukt, ingebonden en van tevoren verzonden aan de cliënt. Komt de dag waarop het rapport ‘gepresenteerd moet worden’, en de spreker projecteert dezelfde plaatjes en leest ze hardop. Bijzonder klantgericht … voor de visueel gehandicapten! Maar dit klakkeloze gedrag is een grote verspilling van ieders tijd en energie. Het kán anders, maar alleen wanneer de consultant bereid is om oud gewoontegedrag los te laten.
Het verschil
De handout mag een uitgebreid verhaal bevatten, met plaatjes, grafieken, bronnen, referenties en van alles wat om te bewijzen dat u uw werk ‘goed’ heeft gedaan. De plaatjes kunt u beter klein afdrukken (niet overdwars; dat verlaagt de leesbaarheid), en schrijf bij ieder plaatje een kort verhaal.
Wanneer u als spreker gevraagd wordt om een curriculum vitae in te leveren, sta stil bij wat u aan het doen bent. Solliciteert u bij uw publiek? Nee. Wat u dan opgeeft voor opname in de map is een korte, overzichtelijke opsomming van twee of drie alinea’s die het nodige bewijs levert voor waarom ú de aangewezen spreker bent voor dit onderwerp.
De handout mag ook bestaan uit een of twee A4′s. Een kort, ‘lopend’ verhaal dat u schrijft met veel kopregels en korte alinea’s (zoals dit artikel). Gebruik makkelijke spreektaal en maak het de lezer duidelijk welke voordelen uw presentatie hem biedt. Net zoals bij een persbericht voegt u een paar zinnen toe in de geest van: ‘Als u meer informatie wilt hebben, of kopieën van de plaatjes …’ en u geeft uw contactgegevens.
Misvatting
Het zal u nu duidelijk zijn dat dat de grootste bron van ‘verkeerde’ handouts ligt in de misvatting dat de handout een correcte weergave moet zijn van wat de spreker vertelt.
U weet nu dat de luisteraar een bepaald beeld meeneemt. Het is in uw voordeel dat dit beeld enigszins overeenkomt met uw gewenste imago. Als u persoonlijk of als bedrijf gezien wilt worden als professioneel, zakelijk, efficiënt en netjes, dan regelt u een overzichtelijke en nuttige handout die er mooi uitziet, prettig leesbaar is en de lezer ontlast. Onthoud altijd de woorden van John Naisbitt uit zijn boek Megatrends: ‘Wij verdrinken in informatie terwijl wij dorsten naar kennis.’
Wat belangrijk is, is dat wat ú vertelt altijd anders mag zijn dan wat u in de handout zet. ‘Verkoop’ de handout tijdens uw presentatie: ‘Wilt u meer weten over de specifieke details van [dit onderdeel], dan kunt u deze vinden in hoofdstuk 3 van de handout.’ Terwijl u dit zegt, houd de handout omhoog – maar niet voor uw gezicht – gedurende enkele seconden voordat u het opzij legt en verder gaat met uw verhaal.
Medelijden
In het licht van John Naisbitts woorden kunt u voortaan een heel andere handout maken. Een doordachte handout. U bespaart voorbereidingstijd, u spaart bomen (goed voor uw milieubewuste imago!), u maakt uw informatie toegankelijker voor de luisteraar (u bent klantgericht bezig!) en u geeft uzelf meer vrijheid tijdens uw presentatie om flexibel te zijn in de wending en in de hoeveelheid interactie met uw luisteraars. Met andere woorden, de handout is een praktisch voorbeeld van uw presentatievaardigheid, en hoe vaardig u bent, ligt aan u!
gepost in Presentatiemythen
21 December 2009
Twee werelden, twee culturen. West en Oost. In Japan wordt véél aandacht besteed aan de verpakking. Het is een kunst. Geef een geschenk in Japan en het geheel wordt bewonderd … en opzij gezet. Wanneer ú een cadeau ontvangt in Japan (of waar dan ook van een Japanner) kunt u beter hetzelfde doen: uitpakken komt later, want stel u voor dat u enige tekens van teleurstelling zou laten zien!
Terug naar het westen, waar verpakking een andere waarde heeft in een nuchtere, pragmatische wereld. Stel dat u een geschenk zomaar krijgt, niet eens verpakt. Of dat u het krijgt en het is wel mooi ingepakt. Merkt u enig verschil in hoe u erop reageert, in de waardering die u bij de ander voelt, die er kennelijk meer moeite voor heeft genomen?
Laten we verder kijken naar wat deze metaforen te maken hebben met uw presentatie.
Ontvankelijkheid en leesbaarheid
Stel dat u twee brieven krijgt om te lezen. De ene brief bestaat uit één blok uitgevulde tekst. De tweede brief is ingedeeld in korte alinea’s (eventueel met kopregels om de inhoud van de alinea aan te geven) en is afgedrukt met een rafelige rechtermarge (de zogenaamde ‘Engelse regelval’).
Welke van de twee brieven ervaart u als leesbaarder?
Minstens 95% van de lezers vindt de tweede brief leesbaarder.
Dit is juist waar ‘verpakking’ zo belangrijk is.
Een vrouw ontvangt een brief. Het is perfect geadresseerd, met de naam en voorletters van de vrouw correct gespeld. Alleen staat er ‘De heer’ voor in plaats van ‘Mevrouw’. Ga ervan uit dat bijna alle vrouwen dusdanig hierop reageren dat de inhoud van de brief minder aandacht krijgt dan wanneer ‘Mevrouw’ voor haar naam zou staan.
Denk ook aan mannen met als voornaam ‘Anne’ die brieven aan ‘Mevrouw’ krijgen!
Uw presentatie
Zo ook het belang van de verpakking van wat u wilt vertellen. Het is waar dat in de medische en academische wereld de mening heerst dat het alleen om de inhoud gaat. Daar gaan ze kennelijk voorbij aan het simpele feit dat het moeilijk is om informatie over te dragen aan iemand die uit verveling in slaap valt!
Uw presentatie kan het beste bestaan uit een krachtige kern van een belangrijke boodschap – iets nieuws, iets wat verandering betekent bij de luisteraar, iets motiverends – omgeven door een smakelijke verpakking van herkenbaarheden, citaten, anekdotes, herinneringen aan bekende afspraken of situaties … kortom, alles wat de luisteraar helpt om het nieuwe te plaatsen binnen zijn beleving.
Open staan
Stel u bent inkoper. Twee aanbieders komen bij u om over hun producten te praten. Uw bedrijf heeft deze producten nodig. De twee verkopers hebben vergelijkbare producten van een acceptabele kwaliteit en de prijzen liggen dicht bij elkaar. Maar … u vindt een van de verkopers aardig, en de andere verkoper ervaart u als een kwal! Wie van de twee krijgt de opdracht? De kans is bijzonder groot dat u in zee gaat met de aardige verkoper, omdat u tenslotte samen met hem gaat werken. Om de situatie nog ingewikkelder te maken: als inkoper krijgt u te maken met een aardige verkoper en een aardige verkoopster …!
Zo ook met uw presentatie. Als u zich meteen gedraagt zodat de luisteraar een hekel aan u krijgt of u een taalstijl hanteert die de luisteraars in het harnas jagen, dan werpt u onmiddellijk barrières op die de overdracht van uw inhoud belemmeren.
De positieve kant
Draai het om, en zorg ervoor dat door uw gedrag, houding en taalgebruik uw kans op contact vergroot. Bouw aan een brug tussen u en uw luisteraars. Laat zien dat u iets brengt in hun voordeel, maak het hen snel duidelijk dat u aandacht heeft voor hen, hun wereld en hun behoeften … en u maakt het u makkelijker om de inhoud van uw presentatie over te dragen.
Vermijd clichés (‘Dank u, meneer de voorzitter, voor zo’n prachtige introductie … goedemorgen dames en heren, ik zal u vandaag vertellen …’) en kom meteen tot de kern van de reden voor de bijeenkomst. Gebruik uw nonverbale communicatie (bijvoorbeeld oogcontact, glimlach, open gebaar) om ‘gedag’ tegen de luisteraars te zeggen, en wat betreft uw dagvoorzitter: bewaar uw eerste woorden alt¡jd voor uw luisteraars!
Wanneer u steeds in de ‘u/jullie/jij’-vorm spreekt, in plaats van met ‘ik’, krijgen de luisteraars het gevoel dat u er bent voor hen in plaats van uzelf; en dat werkt in uw voordeel.
Kom dichter bij de luisteraars. U heeft geen lessenaar of presentatie-tafel nodig als barrière. Praat met in plaats van tegen uw luisteraars … en u maakt ze open om de inhoud van uw presentatie te aanvaarden.
Verkopen
Uit onderzoek blijkt dat 80-93% van alle zakelijke beslissingen wordt genomen op grond van niet-zakelijke beweegredenen. Emotie, dus. ‘Inhoud’ is ratio en cognitieve feiten. ‘Verpakking’ is gevoel … en emotie. De mate waarin u gebruik wilt maken van wat duidelijk in uw voordeel is, is nu aan u!
gepost in Presentatiemythen
1 October 2009
Er zijn van die types die alles wat nieuw, innovatief en vooruitstrevend is, moeten hebben. Ze zijn de eerste die de nieuwe CD-technologie omarmen, die de snelle elektronische agenda’s aanschaffen, die de eerste LCD-schermen kochten (weet u het nog, zo’n plat apparaat dat op de overheadprojector ging?) en uiteraard tegenwoordig de modernste beamers … al kost het op dat moment een fortuin. Zo ging het ook met de laser-pen, ‘de elektronische aanwijsstok’, die inmiddels ingebouwd is in de meeste afstandsbedieningen – al is het gebruik ervan wettelijk verboden vanwege het potentiële gevaar. Wat is nou de zin en onzin van zo’n apparaat en zijn functionaliteit tijdens een presentatie?
Traditie
Kunt u een beeld oproepen van de onderwijzer of docent van vroeger die met een lange houten stok steeds aanwees en tikte op een volgeklad schoolbord? Dat is een traditie die sommige sprekers voortzetten in hun eigen voordrachten (want ‘presentatie’ is het niet!). Eerst was er hout, toen verscheen de telescopische metalen aanwijsstok (zelfs met een rubberen dop én een ingebouwde balpen!), de zaklantaren met een uitgesneden rode pijl, en later de laser-pen. De telescopische aanwijsstok kreeg een slechte naam omdat de spreker ermee ging spelen als een van streek geraakte dirigent. Het ‘tok-tok’ op overheadprojector en scherm werd spreekwoordelijk. De laser-pen leek al deze problemen op te lossen: weg ‘tok-tok’ en geklap op het scherm, weg in- en uitklappen van de telescoop: het ei van Columbus!
De feiten
Al weet de spreker niets van de focus-mogelijkheden, de laser-pen geeft een rood lichtpunt op het scherm. Hoe beter de focus, des te scherper de punt, des te helderder het rood. Wanneer de zaallichten uit zijn of gedimd, en de spreker zijn hand op de rand van de lessenaar kan steunen, is er een prima kans dat een stevig rood puntje op het scherm zichtbaar is. Maar wel een ‘puntje’, dat voor velen vrij moeilijk zichtbaar is. Aha, dáárom zwaait de spreker ermee, mooie cirkels trekkend om de plek waar de luisteraars aandacht hoort te zijn!
Stel dat de spreker enigszins zenuwachtig is, of net als de andere deelnemers genoten heeft van een slokje wijn bij de lunch of geen aandacht besteedt aan het steunen van zijn hand of arm … wat is er dan te zien op het scherm? Een trillende rode vlek die eerder de aandacht afleidt dan focust.
Overheadprojector
Misschien vindt u het raar om hier nog steeds iets over de overheadprojector te lezen. Toch zal het u misschien verbazen dat er velen zijn die, vooral in sommigen landen, blij zijn als er zoeits klaar staat! Daarom nu even wat opmerkingen die, eventueel vertaald in de wereld van presenteren met de beamer, ook voor u nuttig kunnen zijn.
Stel dat u overheadsheets projecteert en dat u ze zelf neerlegt. Wilt u iets aanwijzen ‘op het scherm’, dan loopt u naar uw projector, waar u een ‘pointer’ op de juiste plek op de overheadsheet legt. Een boeiende techniek is whiteboard-stiften te gebruiken – kies een geschikte, opvallende kleur! – om al pratend een streep of cirkel op de sheet te zetten. Uiteraard loopt u daarna meteen weer uit de weg om ervoor te zorgen dat het scherm steeds zichtbaar blijft voor alle luisteraars. Wanneer u als meer ervaren en professioneel ogende spreker gebruik maakt van de zogenaamde ‘flip-frames’ of kartonnen kaders met een extra sheet er bovenop, dan kunt u na uw presentatie de whiteboardstift-inkt makkelijk verwijderen zonder uw originele sheet te hebben beschadigd.
PowerPoint
Wanneer u elektronisch presenteert, mag u nooit dezelfde fout maken als een deelnemer aan één van mijn open-workshops. Frank werkt bij een groot, bekend high-tech bedrijf en vindt dat hij dan met de computer en beamer hóórt te presenteren. Na 17 minuten bezig te zijn alles draaiend te krijgen, trekt hij een telescopische aanwijsstok uit zijn binnenzak en gaat naast het scherm in het licht van de beamer delen van zijn overvolle plaatjes aanwijzen.
Wanneer u met presentatiesoftware werkt, maak dan gebruik van de nuttige toeters en bellen van het programma. Wees ervan bewust dat de softwareingenieurs kennelijk nooit hoeven te presenteren, gezien het aantal onzinnige mogelijkheden die de onervaren spreker verleiden om van zijn presentatie een multi-media ‘happening’ te maken!
Als we het hebben over ‘nuttige’ zaken, dan gaat het om een pijl of cirkel in een contrasterende kleur die u op het juiste moment laat verschijnen. Of u laat de kleur van een bepaald onderdeel veranderen, of maakt dat dat deel ‘uitzoomt’.
Onzinnig is om alles in één keer te projecteren – een soort elektronische overheadsheet – met alles al onderstreept, omcirkeld of op andere wijze benadrukt. Zo schiet u niet op, zo heeft u alsnog uw laser-pen nodig. Het effect daarvan is steeds moeilijker te zien wanneer u meer kleuren gebruikt in uw plaatjes. Het is bijna zeker dat wanneer u met een ‘retroprojector’ werkt (de projector staat achter een speciaal, doorschijnend scherm), het rode van uw laser-pen onzichtbaar is.
Kortom, gebruik de mogelijkheden van uw software, met mate, en met een gepaste timing.
Nog beter
In plaats van de laser-pen of stok, gebruikt u woorden.
U bent degene die presenteert, ú bent degene van wie uw luisteraars het verhaal en de oplossing ‘kopen’. Uw scherm ‘verkoopt’ niets. Wat u projecteert behoort een ondersteuning te zijn van de overdracht van uw boodschap. Het mag uw verhaal niet vertellen, uw luisteraars mogen uw verhaal niet vanaf het scherm kunnen volgen – anders bent ú overbodig!
Vertel de luisteraars wat ze zo meteen te zien krijgen, en richt hun aandacht met uw woorden op de juiste onderdelen van het plaatje. Uiteraard mag u wel hierbij voorzichtig gebruik maken van de mogelijkheden van uw software, of de technieken voor het ‘activeren’ van uw overheadsheet.
Voorbeeld:
‘Nu u een beter idee heeft van de mogelijke ontwikkelingen op ABC-gebied [u somt op wat op dat moment op het scherm staat, en wat u zojuist uitvoeriger heeft besproken], gaan we de technische eisen van XYZ-producten onder de loep nemen. [Bereid u voor om over te schakelen naar het volgende plaatje.] U ziet dadelijk een vrij complex tabel. [Waarschuw de luisteraar!] Kijk in eerste instantie naar de rechter kolom. [Met de gebiedende wijs komt u zelfverzekerd over en u stuurt de aandacht.] Neem even de tijd om stil te staan bij de implicaties van deze cijfers. Besef wat voor uitdagingen dat heeft voor úw afdeling! [Weer de gebiedende wijs. Vertel wat u wilt! En nu kunt u het nieuwe plaatje tonen.]
Na dit te hebben gezegd, met het plaatje op het scherm, gaat u opzij uit het zichtveld en wacht totdat uw luisteraars een kans hebben gehad om uw ‘opdracht’ uit te voeren.
Ontspan, let op uw ademhaling, en trek dan weer de aandacht naar u toe door uw presentatie voort te zetten. Gebruik steeds uw woorden om bepaalde delen van het scherm aan te duiden: ‘Onderaan rechts ziet u de input van de afdeling P&O …’, ‘Wanneer u de derde regel nog een keer voor uzelf leest …’, ‘De stijgende rode lijn tussen het eerste en tweede kwartaal …’
Vermijd vooral het onnozele gewapper dat inmiddels de norm lijkt te zijn geworden!
Tot slot …
Onthoud dat ú presenteert, niet uw hulpmiddelen. Ze zijn er om u te ondersteunen, en alleen wanneer het nadrukkelijk om zoiets als een lasershow gaat, mogen de hulpmiddelen het middelpunt zijn. Want – u weet het nu! – de luisteraar doet geen zaken met het scherm, maar met ú!
gepost in Presentatiemythen
25 September 2009
Herkent u deze voorbeelden van hoe individuen – dus bedrijven – ervoor zorgen dat u géén zaken met hen doet? Voorbeelden I en II zijn op dezelfde dag in week 38 gebeurd, beide in dezelfde landstreek.
Als u zelf nog voorbeelden kent – uit eigen ervaring – wilt u zo vriendelijk zijn om ze aan me te sturen? Bel me (06-38757619) of gebruik het contactformulier van deze site.
Voorbeeld I: rijgedrag
Ik rij zo’n 82-84 in een 80-zone. Een kleine ‘flatbed’-vrachtwagen, met chauffeur en bijrijder, kleeft aan mijn bumper. De eerste bushalte-inham rij ik in om de bumperklever zijn onveilige gang te laten gaan, en ga hem meteen achteraan. Hij blijft consequent kleven aan de bumper van de auto voor hem, rijdt steeds over de middenlijn en verzuimt richting te geven bij de vele rotondes en splitsingen in de weg.
Ik noteer het kenteken van de wagen en de naam van het bedrijf. Het is een bedrijf in sierbestratingen.
Vraag: stel u heeft behoefte aan de werkzaamheden van zo’n bedrijf, en u vraagt offertes aan bij een aantal van zulke bedrijven. Zou ú dit bedrijf ook een kans geven …?
(U kunt raden wat mijn beslissing zou zijn!)
Voorbeelden II + III: op de koffie bij een makelaar o.g.?
Ik ben op zoek naar een geschikte koopwoning. Met een lijst van funda.nl in de hand ga ik op stap. In een kleine stad zie ik opeens het kantoor van een makelaar; ik heb her en der al zijn boord zien staan bij een aantal objecten.
Ik parkeer en stap naar binnen.
Twee vrouwen zijn bezig achter de balie.
Ik begroet ze, leg uit dat ik op ‘huizenjacht’ ben, zie hun kantoor en besluit even te kijken naar hun aanbod.
Ze blijven zitten.
Ik raad dat de linker vrouw makelaar is; op mijn vraag krijg ik een bevestigend antwoord.
Ze blijft zitten.
Ik vertel wat ik wil, en uiteindelijk komt ze in beweging.
Terwijl ze naar een uitstalling loopt zegt ze iets in de geest van: “Nou, u wilt wel wat!” alsof ik veel noten op mijn zang heb, in plaats van zoiets als: “Nou, meneer, u heeft in ieder geval een duidelijk beeld van wat u wilt, en dat helpt ons om u te helpen.”
Ik steek mijn hand uit en stel ik me voor. Ze blijft praten. Ik herhaal mijn naam en geef nadrukkelijk mijn hand. Ze mompelt haar naam en gaat door met haar verhaal.
Kopje koffie? Even gezellig zitten? Belangstelling? Waardering voor het feit dat ik het kantoor bezoek?
Forget it! Geen sprake van.
Uiteindelijk bied ik haar mijn visitekaartje aan, en ik krijg haar kaartje en documentatie terug. Bij het bezoeken van de aangewezen huizen merk ik hoe creatief de fotograaf is geweest (in andere omstandigheden zou er sprake zijn van misleiding en bedrog).
Opmerking: u raadt het waarschijnlijk – dit is geen makelaarskantoor waarmee ik kies zaken te doen.
Is er iets veranderd in de loop der jaren bij de makelaars? Deze ervaring herinnert me aan 20 jaar eerder. Locatie: Gouda. Ik bezoek verschillende kantoren met dezelfde voorwaarden: ik zoek een herenhuis in de binnenstad, minimaal 4 verdiepingen, mag 300.000-350.000 gulden kosten (een aardig bedrag toentertijd, equivalent aan een pand van €500.000-600.000 nu). Bij één kantoor krijg ik alleen contact met een secretaresse, en ontvang per post aanbiedingen van bijvoorbeeld boerderijen in de polder. Bij een ander kantoor zie ik een makelaar bezig in z’n kantoor achter; de secretaresse zegt: ‘alle makelaars zijn op dit moment bezet’. Mijn verzoek dat iemand mij belt voor een afspraak wordt niet gehonoreerd; ik hoor niets.
Uiteindelijk heb ik mijn prachtige pand in Gouda via-via en zonder makelaar gekocht.
Conclusie
Guido Thys, de bekende Belg-in-Nederland, heeft niet voor niets een site over dit onderwerp.
Graag ontvang ik ook úw voorbeelden van ‘weg-jaag-gedrag’!
gepost in Nieuws
|
|