4 January 2010
U komt aan voor uw training, seminar of congres. Bij aanvang krijgt u een dikke map vol met kopieën van alle sheets, PowerPoint-slides, het programma van de dag, en de curricula vitae van de sprekers. Vooral bij congressen staan er de volledige teksten bij, zelfs voorafgegaan met de woorden: ‘Mijne dames en heren …’ U weet dus bij voorbaat dat u enkele lezingen krijgt in plaats van luisteraargerichte presentaties! Wat is zin en onzin in deze gewoonte van de handout?
Wat neemt u mee?
Ja, u neemt een mapje mee, maar wat neemt u werkelijk mee van iedere presentatie? U neemt het gevoelsbeeld mee dat u vormt van de spreker. Dat beeld is het antwoord op de vraag die u zou kunnen krijgen: ‘Hoe was het?’ of ‘Hoe was-ie?’ Want of het om de spreker of zijn presentatie gaat, maakt hier niets uit; in uw gedachten zijn de twee met elkaar geïdentificeerd.
U neemt ook een essentie van de inhoud mee, de boodschap. Deze vormt het antwoord op de vraag: ‘Waar ging het over?’ of ‘Wat heeft u eraan gehad?’
En de map of ‘congresbundel’?
Ja, u neemt de map mee … en wat doet u ermee? Wat gebeurt er mee?
Wed eens dat in het overgrote meerendeel van de gevallen de map terechtkomt op een plank; iedere keer als u er naar kijkt, zegt u tegen uzelf: ‘Daar zou ik ‘ns in moeten kijken!’ En u komt er nooit aan toe. Het is een soort trofee, om te bewijzen dat u ooit op dat congres bent geweest!
Een steekproef uit mijn trainingen in de loop der jaren geeft de indruk dat maximaal 5% van deelnemers ooit nog een keer in de map kijkt na afloop van een bijeenkomst, of het om een training, congres of zakelijke presentatie gaat. Zo kunt u uw vraagtekens zetten bij de functie van zo’n handout.
Waarom een handout?
In de NLP (Neuro-Linguistic Programming) bestaat de uitdrukking ‘anker’. Daar heeft het een iets andere betekenis dan op het water, en toch heeft het ook te maken met ‘vastleggen’. Een ‘anker’ kan een houding of gebaar zijn, een woord, of in dit geval een map, waarmee u onbewust (en vaak bewust) een bepaalde herinnering en/of een bepaald gevoel of ‘innerlijke staat’ associeert. U ziet de map in de boekenkast en dat prikkelt uw herinneringen aan het congres. U denkt dan aan hoe saai het was, en u krijgt een beeld van de ene spreker die z’n tekst zo hakkelend oplas. Stel, u bladdert door de map; u ziet een bepaald plaatje dat uw herinneringen prikkelt over het mopje dat de spreker op dat moment vertelde.
Kortom, de handout hééft terdege een functie, om u te herinneren aan wat u meemaakte toen u het kreeg. En al kijkt u er nooit meer in, toch wordt u herinnerd aan belangrijke (?!) zaken die er mee te maken hebben.
Presentatie … of leesstof?
Stelling: als de luisteraar uw presentatie kan volgen van de tekst en plaatjes in de handout, dan heeft u de verkeerde bijdrage gemaakt voor de handout.
Ter vergelijking: als de luisteraar uw verhaal kan volgen vanaf het scherm (u projecteert alles, en leest het hardop), dan bent u zelf overbodig.
Consultants
Het lijkt een gewoonte bij organisatieadviesbureaus en consultants om hun rapport in de vorm van volgepropte PowerPoint-slides te maken. Deze zijn op A4-formaat, overdwars afgedrukt, ingebonden en van tevoren verzonden aan de cliënt. Komt de dag waarop het rapport ‘gepresenteerd moet worden’, en de spreker projecteert dezelfde plaatjes en leest ze hardop. Bijzonder klantgericht … voor de visueel gehandicapten! Maar dit klakkeloze gedrag is een grote verspilling van ieders tijd en energie. Het kán anders, maar alleen wanneer de consultant bereid is om oud gewoontegedrag los te laten.
Het verschil
De handout mag een uitgebreid verhaal bevatten, met plaatjes, grafieken, bronnen, referenties en van alles wat om te bewijzen dat u uw werk ‘goed’ heeft gedaan. De plaatjes kunt u beter klein afdrukken (niet overdwars; dat verlaagt de leesbaarheid), en schrijf bij ieder plaatje een kort verhaal.
Wanneer u als spreker gevraagd wordt om een curriculum vitae in te leveren, sta stil bij wat u aan het doen bent. Solliciteert u bij uw publiek? Nee. Wat u dan opgeeft voor opname in de map is een korte, overzichtelijke opsomming van twee of drie alinea’s die het nodige bewijs levert voor waarom ú de aangewezen spreker bent voor dit onderwerp.
De handout mag ook bestaan uit een of twee A4′s. Een kort, ‘lopend’ verhaal dat u schrijft met veel kopregels en korte alinea’s (zoals dit artikel). Gebruik makkelijke spreektaal en maak het de lezer duidelijk welke voordelen uw presentatie hem biedt. Net zoals bij een persbericht voegt u een paar zinnen toe in de geest van: ‘Als u meer informatie wilt hebben, of kopieën van de plaatjes …’ en u geeft uw contactgegevens.
Misvatting
Het zal u nu duidelijk zijn dat dat de grootste bron van ‘verkeerde’ handouts ligt in de misvatting dat de handout een correcte weergave moet zijn van wat de spreker vertelt.
U weet nu dat de luisteraar een bepaald beeld meeneemt. Het is in uw voordeel dat dit beeld enigszins overeenkomt met uw gewenste imago. Als u persoonlijk of als bedrijf gezien wilt worden als professioneel, zakelijk, efficiënt en netjes, dan regelt u een overzichtelijke en nuttige handout die er mooi uitziet, prettig leesbaar is en de lezer ontlast. Onthoud altijd de woorden van John Naisbitt uit zijn boek Megatrends: ‘Wij verdrinken in informatie terwijl wij dorsten naar kennis.’
Wat belangrijk is, is dat wat ú vertelt altijd anders mag zijn dan wat u in de handout zet. ‘Verkoop’ de handout tijdens uw presentatie: ‘Wilt u meer weten over de specifieke details van [dit onderdeel], dan kunt u deze vinden in hoofdstuk 3 van de handout.’ Terwijl u dit zegt, houd de handout omhoog – maar niet voor uw gezicht – gedurende enkele seconden voordat u het opzij legt en verder gaat met uw verhaal.
Medelijden
In het licht van John Naisbitts woorden kunt u voortaan een heel andere handout maken. Een doordachte handout. U bespaart voorbereidingstijd, u spaart bomen (goed voor uw milieubewuste imago!), u maakt uw informatie toegankelijker voor de luisteraar (u bent klantgericht bezig!) en u geeft uzelf meer vrijheid tijdens uw presentatie om flexibel te zijn in de wending en in de hoeveelheid interactie met uw luisteraars. Met andere woorden, de handout is een praktisch voorbeeld van uw presentatievaardigheid, en hoe vaardig u bent, ligt aan u!
gepost in Presentatiemythen
1 October 2009
Voor dit artikel laten we de speeches en toespraken even terzijde waar ieder woord een juridische of andere ‘politieke’ waarde heeft. Waar het hier omgaat, is de zakelijke presentatie of de presentatie tijdens seminars en congressen. Welke risico’s loopt u wanneer u uw verhaal opleest? Welke risico’s loopt u sowieso wanneer u een tekst, geschreven door een ander, gebruikt?
Wat de luisteraar meeneemt
Eén ding is duidelijk: de luisteraar neemt alleen een fractie mee van wat u vertelt. Of u saai of boeiend bent, hij trekt een eenvoudige conclusie terwijl hij luistert – en deze eenduidige en enkelvoudige conclusie vormt de boodschap’ van het verhaal. Met enig geluk klopt deze boodschap met wat ú wilde!
Wanneer u saai bent en de luisteraar zich verveelt, heeft u minder kans dat hij een voor u gunstige conclusie trekt. Het is dus zaak dat u alles inzet om uw luisteraar optimaal te boeien en te betrekken bij uw verhaal!
Inhoud … of boodschap
Het ligt aan u of u alles wilt proberen te vertellen, of zich eerder wilt beperken tot één aspect van het hele verhaal. U weet nu dat de luisteraar niet alles meeneemt, dus wat heeft het voor zin om dát te proberen te vertellen? Bent u zó onzeker van uw zaak?
Wanneer u de boodschap als rode draad van uw verhaal neemt, en als toetssteen gebruikt voor wat u vertelt, dan kunt u lekker praten rondom die duidelijke boodschap. Wat u weglaat, weet ú alléén! En: de luisteraar krijgt alleen wat u hem geeft, en wanneer u het geeft! Deze zijn twee belangrijke geruststellingen voor iedere spreker.
Het leesproces
Overweeg wat er gebeurt wanneer u een tekst voorleest. Uw aandacht gaat naar het papier. U heeft geen contact met de luisteraars en geen feedback op uw presentatie-gedrag. U heeft een tekst die in – laten we maar hopen! – correct Nederlands (of Engels …) staat, maar het is wel een opgeschreven tekst. De zinnen zijn waarschijnlijk zelfs langer dan in spreektaal, en misschien neigt de woordkeuze naar het formele.
Het communicatieproces
Bij het werkelijk communiceren gaat het om méér dan alleen maar de woorden. Hoewel de taal enigszins duidelijk en verstaanbaar dient te zijn, er is meer nodig om in contact te komen met de luisteraars. Oogcontact bijvoorbeeld is belangrijk, wat vrij moeilijk gaat wanneer een (onervaren) spreker z’n tekst opleest vanaf het papier.
Een bepaalde dynamiek – zoals met gebaren en beweging – is zeker op z’n plaats, wat lastig is wanneer u vanachter een lessenaar van papier leest. Veel sprekers beginnen plechtig te klinken bij het voorlezen, terwijl juist de dynamiek van een opgewekte stem een krachtig middel is om de aandacht te houden en de luisteraar te betrekken. Tot slot, wanneer u vlot voor de vuist weg praat, krijgen uw zinnen meestal een andere wending dan wanneer u ze eerst zou opschrijven. Ook bepaalde haperingen (nee, géén ‘uh’!) en herhalingen binnen de zin zijn kenmerkend voor een ‘spreekverhaal’ – en ook belangrijk om te laten merken dat u niet opleest.
Flexibiliteit
Wanneer u uw verhaal perfect van tevoren uitgeschreven heeft om daarna op te lezen, waar is de ruimte voor spontaniteit? Voor interactie met de luisteraars? Voor het kiezen van een andere wending? Met zo’n tekst maakt u het moeilijk om flexibel te zijn. De Amerikaanse schrijver en filosoof Arthur Koestler zei ooit: ‘De ervaren spreker maakt een samenzweerder van zijn luisteraar.’ De interactie die u aangaat met uw luisteraar is een van de sleutels voor zijn betrokkenheid; en voor die spontaniteit moet u flexibel kunnen zijn.
Oplezen, een kunst, een kunde
Stel u krijgt een oplees verhaal voorbereid door een ander. Het kan u overkomen! Lees hier enkele van de vele tips om u snel te helpen zo’n tekst beter te hanteren. Vraag of u de tekst uitgedraaid kan krijgen in een groter lettertype (14 punts is meestal adequaat). Geef andere instructies: begin iedere nieuwe zin op een nieuwe regel; een brede linkermarge; niet ‘justified’ (= uitvulfunctie uit); marges boven en onder van zo’n 2-3 cms; witruimte (= extra witregels) tussen alinea’s of onderwerpen.
Wanneer u de tekst krijgt, gebruik een pen om een dikke verticale streep te plaatsen tussen de ‘onderdelen’ van iedere zin. Zoals in deze laatste zin na de woorden ‘krijgt’ en ‘plaatsen’. Uw taak als lezer is om iedere keer alleen de woorden tot aan zo’n streep (of punt, vraagteken, uitroepteken) uit te spreken terwijl u naar de zaal kijkt. U ademt uit, ademt in, pakt de volgende groep woorden, en spreekt ze uit met oogcontact. Zo komt u vrij natuurlijk over.
Gebruik de bovenmarge om met de hand het paginanummer te zetten. In de ondermarge schrijft u de eerste paar woorden van de volgende pagina. En de brede linkermarge kunt u gebruiken voor additionele aantekeningen of veranderingen, en om de papieren vast te houden.
Vaardig in contact
Zoals u ziet, is het gebruiken van een vaste tekst wat complexer dan u misschien dacht. Zo lang u ruimte heeft om in contact te komen met uw luisteraars qua verpakking én inhoud, bent u aardig op weg. Of u nog meer leert over hoe het nóg beter kan, is nu aan ú!
gepost in Presentatietips
1 October 2009
Er zijn van die types die alles wat nieuw, innovatief en vooruitstrevend is, moeten hebben. Ze zijn de eerste die de nieuwe CD-technologie omarmen, die de snelle elektronische agenda’s aanschaffen, die de eerste LCD-schermen kochten (weet u het nog, zo’n plat apparaat dat op de overheadprojector ging?) en uiteraard tegenwoordig de modernste beamers … al kost het op dat moment een fortuin. Zo ging het ook met de laser-pen, ‘de elektronische aanwijsstok’, die inmiddels ingebouwd is in de meeste afstandsbedieningen – al is het gebruik ervan wettelijk verboden vanwege het potentiële gevaar. Wat is nou de zin en onzin van zo’n apparaat en zijn functionaliteit tijdens een presentatie?
Traditie
Kunt u een beeld oproepen van de onderwijzer of docent van vroeger die met een lange houten stok steeds aanwees en tikte op een volgeklad schoolbord? Dat is een traditie die sommige sprekers voortzetten in hun eigen voordrachten (want ‘presentatie’ is het niet!). Eerst was er hout, toen verscheen de telescopische metalen aanwijsstok (zelfs met een rubberen dop én een ingebouwde balpen!), de zaklantaren met een uitgesneden rode pijl, en later de laser-pen. De telescopische aanwijsstok kreeg een slechte naam omdat de spreker ermee ging spelen als een van streek geraakte dirigent. Het ‘tok-tok’ op overheadprojector en scherm werd spreekwoordelijk. De laser-pen leek al deze problemen op te lossen: weg ‘tok-tok’ en geklap op het scherm, weg in- en uitklappen van de telescoop: het ei van Columbus!
De feiten
Al weet de spreker niets van de focus-mogelijkheden, de laser-pen geeft een rood lichtpunt op het scherm. Hoe beter de focus, des te scherper de punt, des te helderder het rood. Wanneer de zaallichten uit zijn of gedimd, en de spreker zijn hand op de rand van de lessenaar kan steunen, is er een prima kans dat een stevig rood puntje op het scherm zichtbaar is. Maar wel een ‘puntje’, dat voor velen vrij moeilijk zichtbaar is. Aha, dáárom zwaait de spreker ermee, mooie cirkels trekkend om de plek waar de luisteraars aandacht hoort te zijn!
Stel dat de spreker enigszins zenuwachtig is, of net als de andere deelnemers genoten heeft van een slokje wijn bij de lunch of geen aandacht besteedt aan het steunen van zijn hand of arm … wat is er dan te zien op het scherm? Een trillende rode vlek die eerder de aandacht afleidt dan focust.
Overheadprojector
Misschien vindt u het raar om hier nog steeds iets over de overheadprojector te lezen. Toch zal het u misschien verbazen dat er velen zijn die, vooral in sommigen landen, blij zijn als er zoeits klaar staat! Daarom nu even wat opmerkingen die, eventueel vertaald in de wereld van presenteren met de beamer, ook voor u nuttig kunnen zijn.
Stel dat u overheadsheets projecteert en dat u ze zelf neerlegt. Wilt u iets aanwijzen ‘op het scherm’, dan loopt u naar uw projector, waar u een ‘pointer’ op de juiste plek op de overheadsheet legt. Een boeiende techniek is whiteboard-stiften te gebruiken – kies een geschikte, opvallende kleur! – om al pratend een streep of cirkel op de sheet te zetten. Uiteraard loopt u daarna meteen weer uit de weg om ervoor te zorgen dat het scherm steeds zichtbaar blijft voor alle luisteraars. Wanneer u als meer ervaren en professioneel ogende spreker gebruik maakt van de zogenaamde ‘flip-frames’ of kartonnen kaders met een extra sheet er bovenop, dan kunt u na uw presentatie de whiteboardstift-inkt makkelijk verwijderen zonder uw originele sheet te hebben beschadigd.
PowerPoint
Wanneer u elektronisch presenteert, mag u nooit dezelfde fout maken als een deelnemer aan één van mijn open-workshops. Frank werkt bij een groot, bekend high-tech bedrijf en vindt dat hij dan met de computer en beamer hóórt te presenteren. Na 17 minuten bezig te zijn alles draaiend te krijgen, trekt hij een telescopische aanwijsstok uit zijn binnenzak en gaat naast het scherm in het licht van de beamer delen van zijn overvolle plaatjes aanwijzen.
Wanneer u met presentatiesoftware werkt, maak dan gebruik van de nuttige toeters en bellen van het programma. Wees ervan bewust dat de softwareingenieurs kennelijk nooit hoeven te presenteren, gezien het aantal onzinnige mogelijkheden die de onervaren spreker verleiden om van zijn presentatie een multi-media ‘happening’ te maken!
Als we het hebben over ‘nuttige’ zaken, dan gaat het om een pijl of cirkel in een contrasterende kleur die u op het juiste moment laat verschijnen. Of u laat de kleur van een bepaald onderdeel veranderen, of maakt dat dat deel ‘uitzoomt’.
Onzinnig is om alles in één keer te projecteren – een soort elektronische overheadsheet – met alles al onderstreept, omcirkeld of op andere wijze benadrukt. Zo schiet u niet op, zo heeft u alsnog uw laser-pen nodig. Het effect daarvan is steeds moeilijker te zien wanneer u meer kleuren gebruikt in uw plaatjes. Het is bijna zeker dat wanneer u met een ‘retroprojector’ werkt (de projector staat achter een speciaal, doorschijnend scherm), het rode van uw laser-pen onzichtbaar is.
Kortom, gebruik de mogelijkheden van uw software, met mate, en met een gepaste timing.
Nog beter
In plaats van de laser-pen of stok, gebruikt u woorden.
U bent degene die presenteert, ú bent degene van wie uw luisteraars het verhaal en de oplossing ‘kopen’. Uw scherm ‘verkoopt’ niets. Wat u projecteert behoort een ondersteuning te zijn van de overdracht van uw boodschap. Het mag uw verhaal niet vertellen, uw luisteraars mogen uw verhaal niet vanaf het scherm kunnen volgen – anders bent ú overbodig!
Vertel de luisteraars wat ze zo meteen te zien krijgen, en richt hun aandacht met uw woorden op de juiste onderdelen van het plaatje. Uiteraard mag u wel hierbij voorzichtig gebruik maken van de mogelijkheden van uw software, of de technieken voor het ‘activeren’ van uw overheadsheet.
Voorbeeld:
‘Nu u een beter idee heeft van de mogelijke ontwikkelingen op ABC-gebied [u somt op wat op dat moment op het scherm staat, en wat u zojuist uitvoeriger heeft besproken], gaan we de technische eisen van XYZ-producten onder de loep nemen. [Bereid u voor om over te schakelen naar het volgende plaatje.] U ziet dadelijk een vrij complex tabel. [Waarschuw de luisteraar!] Kijk in eerste instantie naar de rechter kolom. [Met de gebiedende wijs komt u zelfverzekerd over en u stuurt de aandacht.] Neem even de tijd om stil te staan bij de implicaties van deze cijfers. Besef wat voor uitdagingen dat heeft voor úw afdeling! [Weer de gebiedende wijs. Vertel wat u wilt! En nu kunt u het nieuwe plaatje tonen.]
Na dit te hebben gezegd, met het plaatje op het scherm, gaat u opzij uit het zichtveld en wacht totdat uw luisteraars een kans hebben gehad om uw ‘opdracht’ uit te voeren.
Ontspan, let op uw ademhaling, en trek dan weer de aandacht naar u toe door uw presentatie voort te zetten. Gebruik steeds uw woorden om bepaalde delen van het scherm aan te duiden: ‘Onderaan rechts ziet u de input van de afdeling P&O …’, ‘Wanneer u de derde regel nog een keer voor uzelf leest …’, ‘De stijgende rode lijn tussen het eerste en tweede kwartaal …’
Vermijd vooral het onnozele gewapper dat inmiddels de norm lijkt te zijn geworden!
Tot slot …
Onthoud dat ú presenteert, niet uw hulpmiddelen. Ze zijn er om u te ondersteunen, en alleen wanneer het nadrukkelijk om zoiets als een lasershow gaat, mogen de hulpmiddelen het middelpunt zijn. Want – u weet het nu! – de luisteraar doet geen zaken met het scherm, maar met ú!
gepost in Presentatiemythen
28 April 2009
Een recent verkoopcongres bevestigt wat een actuele trend lijkt te zijn: iedereen zijn eigen expert.
Op het programma stonden een aantal sprekers ‘uit het vak’ (waaronder enkele verkooptrainers en -experts), een bekende presentator, en veel ruimte voor netwerken.
Dit artikel staat in het teken van een pleidooi voor: LÉÉR PRESENTEREN!
In de praktijk, zoals bij dit congres, betekent dit gebod: laat je presentatie (jezelf, de inhoud, de stijl, de hulpmiddelen) van tevoren nakijken door een expert. Loop er doorheen met iemand die van wanten weet.
Iedereen op het podium had iets van waarde bij zich. Dat noem ik ‘hier’. Maar de echte waarde ontstaat wanneer dat wat ‘hier’ is ‘dáár’ (bij de luisteraar = ‘aankoper’) optimaal aankomt. Op dit congres maakten alle sprekers dezelfde fouten – vanuit hun onkunde – terwijl de presentator ook wat basale tips kon gebruiken om zijn presentatie te verbeteren.
Deze fouten hebben dit effect: je gaat dineren in een duur restaurant waar je het gevoel hebt dat je voor de aankleding betaalt, er is een mooi menu zonder keuzes, je moet blij zijn met wat je krijgt en je hebt geen verhaal wanneer je ontevreden bent over een gerecht. Deze vergelijking gaat verder: een congres is meestal eenmalig in locatie en samenstelling – je gaat er dus maar één keer naar toe. Naar een ‘slecht’ restaurant ga je ook maar één keer – tenzij, net als bij herhaling van een congres een jaar of zo later (andere samenstelling, hetzelfde thema), het restaurant een nieuwe kok of leiding krijgt!
- Leer beginnen 1
De 4e spreker begon met ‘Goedemiddag, dames en heren’, terwijl de 5e spreker zelfs ‘Welkom, allemaal’ presteerde!
Begin inhoudelijk bij de wereld van de luisteraar, bouw een brug, creëer z’n ontvankelijkheid voor het verhaal.
Iedere ‘ik’ is ‘hier’; woorden zoals ‘u’ en ‘jullie’ zijn ‘dáár’.
Alles wat op een cliché lijkt: schrappen.
- Leer beginnen 2
Begin in stilte. Neem je plaats in. Maak non-verbaal contact met de luisteraars. Vul de fysieke ruimte (de zaal, het podium) met je zijn.
Alle sprekers lijken zoveel haast te hebben dat ze al lopend beginnen te praten.
- Leer beginnen 3
Leer omgaan met de verhoogde adrenaline die raast door het lichaam. Adem uit door de mond, sta stevig met beide voeten op de vloer, neem de tijd om rond te kijken, om visueel contact te maken met de luisteraars.
- Presenteer interactief
Leer de kunst van interactief praten; maak van een monoloog een dialoog.
Iedere spreker gebruikt de klakkeloze uitdrukking: ‘Ik weet niet of …’ Naast het feit dat het een negatieve uitdrukking is en ‘positieven’ communiceren duidelijker, sta stil bij wat het impliceert over je deskundigheid. Zoiets is de perfecte gelegenheid om interactief te zijn met de vraag: ‘Wie van jullie hier vanmiddag …?’
- De kracht van stilte
Iedere spreker wint aan kracht door zijn ontspannen stiltes.
De stortvloed aan woorden van de meeste sprekers, en vooral de bekende presentator, betekent dat de luisteraar onvermijdelijk een groot deel verliest van wat hem aangeboden wordt.
Vergelijk met de tekst van dit artikel: geen alinea’s, geen aparte regels, geen vet of cursief, amper interpunctie … Leesbaar? Alles behalve …!
- Leer bewegen
Wat eigenlijk betekent: sta stil tussen het verplaatsen van het lichaam.
Gebruik wel de beschikbare ruimte, maar houd op met de afleiding van dat storende gedrentel en alle gespannen danspasjes en geschuifel van de schoenen!
Vergelijk met het lezen van dit stuk terwijl het scherm continu van plaats verandert …
- Leer omgaan met de juiste hulpmiddelen
De meest bekende kwalen zijn:
– wat op het scherm verschijnt heeft op dat moment weinig of niets te maken met wat de spreker op dat moment vertelt
– de spreker blijft praten terwijl er iets nieuws (en dus afleidends) verschijnt
– wat er geprojecteerd wordt, wordt ook letterlijk opgelezen
– verkeerd ontwerp: één spreker gebruikt zelfs blauwe letters op een blauwe achtergrond, die met het getik van een schrijfmachine letter voor letter op het scherm verschijnen … terwijl hij ons wil overtuigen van zijn kwaliteiten … als ontwerper!
- Leer afronden
Juist en krachtig beginnen en afronden onderscheiden de mompelaars van de échte sprekers en betere presentatoren.
Niemand op dit congres, behalve de dagvoorzitter (die immers een andere rol vervult) had er enige kaas van gegeten.
Een banaal oplepelen van ‘ik hoop dat …’, ‘ik heb geprobeerd …’, ‘… en daarmee wil ik afronden’ en andere waardeloze clichés – ja, zelfs: ‘dank u voor uw aandacht’ – kwam over de bühne.
Gezeur? Nee.
Juist een duidelijke wens om als klant een hogere kwaliteit te ontvangen in plaats van datgene wat ik nu aangeboden krijg.
De verpakking is immers de drager van de inhoud en de inhoud is een primaire reden voor mijn aanwezigheid.
Deze sprekers, los van hun vak in de verkoopbranche, zijn op dát moment ‘verkopers’ van zichzelf en een inhoud waar ik vermoedelijk beter van kan worden.
IK VERLANG NAAR KWALITEIT IN HET ‘PRODUCT’ DAT OP CONGRESSEN EN SEMINARS AANGEBODEN WORDT.
Van iets genoten? Ja.
Van de lange lijst presentatiefouten die ik bijhoud, en die me helpen om zoveel mogelijk bij de les te blijven; anders zou ik me vervelen.
Verder heb ik genoten van de ontmoetingen met oude vrienden en relaties en van de nieuwe contacten die ik heb gemaakt – allemaal ‘in de wandelgangen’ – wat juist een van de belangrijkste redenen is om sowieso naar congressen te gaan.
Voor mij was het een geslaagd congres: de gesprekken die ik buiten de zaal heb gevoerd en de bevestiging van de noodzaak van een ‘juiste’ presentatietraining in de zaal.
Allemaal koren op mijn molen!
gepost in Nieuws
21 April 2008
Maak gebruik van dit verhaal in uw voordeel wanneer ú een bijdrage verleent aan zo’n bijeenkomst:
Een congres in week 16. Een centrale plek in het land.
Honderden MKB-ers – wat een drukte!
Een aantal toppers in het bedrijfsleven die zowel de plenaire sessie opluisteren als de zogenaamde ‘workshops’ en ‘masterclasses’ begeleiden.
Tegenwoordig blijkt ‘workshop’ een andere naam te zijn voor ‘lezing’. Niet eens een actieve, interactieve presentatie.
Eén spreker houdt een opgerolde ‘staaf’ van zijn papieren in z’n hand(en) terwijl hij heen en weer loopt over het podium. Geen rust in zijn tent!
Een andere spreker heeft z’n handen vol met z’n papieren, waar hij niet naar kijkt, en een microfoon, die hij niet gebruikt (hij heeft immers een reversmicrofoon) … terwijl hij heen en weer loopt over het podium. Geen rust in zijn tent!
Weer een spreker – een bekende ondernemer – staat achter de lessenaar. Weliswaar is hij prima te horen (het geluid is immers pover voor degenen die met een reversmicrofoon werken), maar door diep in de geschiedenis te gaan en hectaren aan PowerPoint-plaatjes met tekst te vertonen (met daarin veel tikfouten) verliest hij de voorsprong van een positieve verwachting bij de deelnemers.
Alle sprekers vertonen de grootste kwaal van onervaren sprekers: eenmaal op dreef, vullen ze de beschikbare tijd met woorden.
Tips voor wanneer ú presenteert
- Durf stil te staan, vooral aan het begin en einde, en ook tussendoor
- Daarna verplaats u rustig – steeds pratend – van de ene plek naar de ander; minstens drie stappen; sta stil, praat verder … voordat u zich weer verplaatst
- Géén ‘lezing’ houden: altijd een interactieve presentatie
- Een ‘workshop’ betekent: de deelnemers zijn meer actief bezig dan u!
- Begin alle bijeenkomsten op tijd – bestraf nooit degenen die op tijd aanwezig zijn
- Durf stiltes te laten vallen – deze ‘verkopen’ uw woorden
- Meer ‘power’, meer ‘point’ – zonder PowerPoint
HAPPY MEETINGS!
DAVID
P.S. Lees mijn nieuwe artikel over ‘van hoofd naar hart’ op Verkopersonline.nl
gepost in Blochs Blog, Nieuws
|
|