Herkent u deze voorbeelden van hoe individuen – dus bedrijven – ervoor zorgen dat u géén zaken met hen doet? Voorbeelden I en II zijn op dezelfde dag in week 38 gebeurd, beide in dezelfde landstreek.
Als u zelf nog voorbeelden kent – uit eigen ervaring – wilt u zo vriendelijk zijn om ze aan me te sturen? Bel me (06-38757619) of gebruik het contactformulier van deze site.
Voorbeeld I: rijgedrag
Ik rij zo’n 82-84 in een 80-zone. Een kleine ‘flatbed’-vrachtwagen, met chauffeur en bijrijder, kleeft aan mijn bumper. De eerste bushalte-inham rij ik in om de bumperklever zijn onveilige gang te laten gaan, en ga hem meteen achteraan. Hij blijft consequent kleven aan de bumper van de auto voor hem, rijdt steeds over de middenlijn en verzuimt richting te geven bij de vele rotondes en splitsingen in de weg.
Ik noteer het kenteken van de wagen en de naam van het bedrijf. Het is een bedrijf in sierbestratingen.
Vraag: stel u heeft behoefte aan de werkzaamheden van zo’n bedrijf, en u vraagt offertes aan bij een aantal van zulke bedrijven. Zou ú dit bedrijf ook een kans geven …?
(U kunt raden wat mijn beslissing zou zijn!)
Voorbeelden II + III: op de koffie bij een makelaar o.g.?
Ik ben op zoek naar een geschikte koopwoning. Met een lijst van funda.nl in de hand ga ik op stap. In een kleine stad zie ik opeens het kantoor van een makelaar; ik heb her en der al zijn boord zien staan bij een aantal objecten.
Ik parkeer en stap naar binnen.
Twee vrouwen zijn bezig achter de balie.
Ik begroet ze, leg uit dat ik op ‘huizenjacht’ ben, zie hun kantoor en besluit even te kijken naar hun aanbod.
Ze blijven zitten.
Ik raad dat de linker vrouw makelaar is; op mijn vraag krijg ik een bevestigend antwoord.
Ze blijft zitten.
Ik vertel wat ik wil, en uiteindelijk komt ze in beweging.
Terwijl ze naar een uitstalling loopt zegt ze iets in de geest van: “Nou, u wilt wel wat!” alsof ik veel noten op mijn zang heb, in plaats van zoiets als: “Nou, meneer, u heeft in ieder geval een duidelijk beeld van wat u wilt, en dat helpt ons om u te helpen.”
Ik steek mijn hand uit en stel ik me voor. Ze blijft praten. Ik herhaal mijn naam en geef nadrukkelijk mijn hand. Ze mompelt haar naam en gaat door met haar verhaal.
Kopje koffie? Even gezellig zitten? Belangstelling? Waardering voor het feit dat ik het kantoor bezoek?
Forget it! Geen sprake van.
Uiteindelijk bied ik haar mijn visitekaartje aan, en ik krijg haar kaartje en documentatie terug. Bij het bezoeken van de aangewezen huizen merk ik hoe creatief de fotograaf is geweest (in andere omstandigheden zou er sprake zijn van misleiding en bedrog).
Opmerking: u raadt het waarschijnlijk – dit is geen makelaarskantoor waarmee ik kies zaken te doen.
Is er iets veranderd in de loop der jaren bij de makelaars? Deze ervaring herinnert me aan 20 jaar eerder. Locatie: Gouda. Ik bezoek verschillende kantoren met dezelfde voorwaarden: ik zoek een herenhuis in de binnenstad, minimaal 4 verdiepingen, mag 300.000-350.000 gulden kosten (een aardig bedrag toentertijd, equivalent aan een pand van €500.000-600.000 nu). Bij één kantoor krijg ik alleen contact met een secretaresse, en ontvang per post aanbiedingen van bijvoorbeeld boerderijen in de polder. Bij een ander kantoor zie ik een makelaar bezig in z’n kantoor achter; de secretaresse zegt: ‘alle makelaars zijn op dit moment bezet’. Mijn verzoek dat iemand mij belt voor een afspraak wordt niet gehonoreerd; ik hoor niets.
Uiteindelijk heb ik mijn prachtige pand in Gouda via-via en zonder makelaar gekocht.
Conclusie
Guido Thys, de bekende Belg-in-Nederland, heeft niet voor niets een site over dit onderwerp.
Graag ontvang ik ook úw voorbeelden van ‘weg-jaag-gedrag’!