Wat zo frappant is aan deze mythe, is dat er nog steeds trainingsinstituten zijn die dit doceren. Stel dat u in de zaal zit en ú degene bent die steeds aangekeken wordt, zou ú dat prettig vinden?
Een gesprek
Wel zit er een graantje waarheid in deze mythe. Het is belangrijk om te kijken en daardoor enig contact te maken. En daar houdt de waarheid van deze mythe op. ‘Aankijken’ is één ding, ‘kijken naar’ en dáárdoor in contact komen met de luisteraar is iets anders. Verder is het essentieel om te praten mét uw luisteraars, om een vorm van interactie steeds aan te gaan: vragen stellen waarop ze met ‘ja’ kunnen reageren (knikken, mompelen), de gebiedende wijs gebruiken om hun aandacht op een bepaald punt of deel van een plaatje te richten, ‘overbruggingsuitdrukkingen’ die u helpen herkenbaarheden te vertellen zonder hen te vervelen: ‘U herkent vast uit eigen ervaring dat …’, ‘U kunt zich voorstellen hoe …’, ‘U heeft thuis bijna zeker ooit meegemaakt dat …’
Deze mythe gaat over ‘toespreken’. Wanneer u een speech, toespraak, betoog of lezing houdt, is de kans groot dat u ‘toehoorders’, of een ‘gehoor’, ‘zaal’ of ‘publiek’ tegenover u heeft. De kans is even groot dat er nauwelijks contact is, en dat u tegen deze groep praat … in plaats van – zoals u nu weet – mét.
Meer dan woorden
Uw contact is meer dan alleen maar met woorden. Het gebeurt natuurlijk ook door uw nonverbale communicatie. Dat is uw stem (de warmte, vriendelijkheid en afwisseling in het geluid, en vooral uw stiltes). Het zijn uw functionele gebaren (vergeet dus de gewoonte-gebaren zoals de handen vastgeklemd over borst of buik), uw functionele beweging (niet ijsberen, maar een ontspannen gebruik van de beschikbare ruimte afgewisseld met stilstaan), een levendige mimiek (bewaar uw ‘pokerface’ voor … poker!), een afwisselende afstand (dichterbij, verder weg, maar vooral dichterbij vanwege de toegenomen contactmogelijkheid), en uiteraard uw oogcontact. Kijk uw luisterars allemaal aan. Zie iedereen. Neem er de tijd voor, ontspan uw kaken en adem uit.
Als u op deze manier uitademt, krijgen uw luisteraars de indruk dat u glimlacht. En als u glimlacht, denken zij dat u op uw gemak bent. En als u op uw gemak bent, krijgen zij het gevoel dat u weet waar het over gaat, dat u zelfverzekerd bent, dat ze op u kunnen rekenen.
Al is de zaal groot, al schijnt het licht in uw ogen, kijk de zaal in van links naar rechts en van rechts naar links, dichtbij en verder weg, tot aan het eerste en tweede balkon! Als u hen moeilijk kunt zien, toch krijgen z¡j de indruk dat u naar hen kijkt. Dáár gaat het om!
Een bekwame spreker
Wat ¡s bekwaamheid bij een spreker? Effectief presenteren is waar de luisteraar betrokken raakt bij de oplossingen die de spreker brengt, in zijn voordeel, en dicht bij z¡jn huis, niet het huis van de spreker! Het is waar waar de spreker op een ogenschijnlijke ontspannen manier de indruk geeft boven zijn stof te staan en daardoor geloofwaardigheid uitstraalt. Het is waar de luisteraar een duidelijke boodschap krijgt en de motivering om een even duidelijke actie te nemen, al is het maar een gedachteverandering.
Bekwaamheid bij de spreker heeft kennelijk te maken met een flexibiliteit in zowel de verbale als de nonverbale communicatie. Het is een spreker die weet korte, dynamische zinnen te gebruiken; de tegenwoordige tijd; positieve wendingen; en weet woordbeelden te gebruiken voor zowel de visueel ingestelde luisteraars (die iets willen zien), als de auditief ingestelden (die iets willen horen), en de kinesteten (die willen over concepten en begrippen kunnen mijmeren, of lekker iets voelen).
Het is het inbouwen van de nodige herhaling vanuit verschillende invalshoeken zoals visueel, auditief of kinestetisch zoals zojuist genoemd; of details voor de types die juist van details houden, het grote beeld voor degenen die op visie kikken, of de gezelligheid en saamhorigheid die er is voor de sociaal ingestelden.
Bekwaamheid is een levendige lichaamstaal en het actueel inspelen op de luisteraar die er zit, de sfeer die heerst op het moment van de presentatie, en de wending die spontaan ontstaat door de onverwachte sfeer in de zaal.
Voorbereiding … op spontaniteit!
Eén gevaar van alles precies van tevoren voorbereiden – uit het hoofd leren – is dat u inderdaad iemand gaat aanstaren opdat u zonder verdere storing uw verhaal kunt afsteken.
Nog een gevaar: stel dat er iets verandert in de zaal, onder uw luisteraars, in de wereld van uw doelgroep, tussen het moment van voorbereiden en het moment van optreden. Uw taak is om zo flexibel mogelijk te zijn binnen uw onderwerp en een duidelijke, eenvoudige boodschap over te dragen – vanuit het actuele contact met de luisteraars die er zijn op dát moment.
Angst … of brandstof?
Als u bang bent om contact te maken, als u bang bent voor wat dan ook tijdens uw presentatie, dan is het tijd dat u het verschil leert tussen angst en de natuurlijke aanwezigheid van de adrenaline die u nodig heeft om uw pres(en)tatie te verrichten. Leer te kijken naar iedereen, leer dat hun blik u juist kan ondersteunen en u helpen om iets aan hen te geven dat de vrucht is van uw inspanning en deskundigheid. Misschien, inderdaad, is het tijd voor een training!