Wanneer je een telefoonnummer opgeeft en de ander het opschrijft, kan je beter de nummers één voor één zeggen: 3 – 8 – 7 – 5 … Behalve dat is voor specifieke uitzonderingen zoals het kengetal voor Amsterdam, Den Haag of Utrecht: dan zeg gerust: nul – twintig. Wanneer de ander niet opschrijft maar probeert het nummer te onthouden, werkt ‘achtendertig, vijfenzeventig …’ beter.
Wanneer je in Nederland je mobele nummer geeft, laat gerust ‘0 – 6′ weg.
Alle mobiele nummers in Nederland zijn immers 06-nummers.
Alleen voor ‘buitenlanders’ klopt het om het volledige nummer op te geven, en dan waarschijnlijk ook met 3 – 1 erbij.